Weblogs

Gastblog Abdelkader Benali: Het verlangen naar goed onderwijs op een gezonde plek is alleen maar sterker geworden.

Het afgelopen jaar leidde ik een reeks talkshows rond het thema van kansenongelijkheid. In samenwerking met Studio Noodzaak bezochten we zeven grote steden waar docenten, leerlingen, bestuurders, beleidsmakers, onderzoekers en politici met elkaar in gesprek gingen over hoe ons onderwijs er idealiter uit moet zien. Een aantal observaties wil ik met u delen.

De docent als alleskunner

Wat aan elke tafel duidelijk werd is het onvoorwaardelijke geloof dat onderwijs de sleutel is tot emancipatie van groepen en individuen. Van oudsher is Nederland een land van onderwijzers, wat wil zeggen dat onderwijs wordt gezien als de sleutel tot een beter leven en de onderwijzer speelt daar een belangrijke rol in. Dat geloof dat de kracht van een dogma heeft gekregen wordt door iedereen die we spreken als belangrijke waarde gezien. De docent is van nature een emancipator en heeft vanuit die rol een grotere invloed dan alleen die van onderwijzer.

De docenten vertelden gedreven dat ze druk bezig waren om hun eigen rol opnieuw uit te vinden. Nog altijd is de docent iemand die aan pure kennisoverdracht doet, maar er zijn andere rollen bijgekomen. De docent is soms een coach, soms een begeleider en soms neemt hij of zij de rol op zich van inspirator. Sommige docenten gingen zover om te stellen dat de klassieke wijze van onderwijzen heeft afgedaan. Tegelijkertijd voelt de docent een grotere tijdsdruk en een grotere verantwoordelijkheid. De samenleving schuift veel taken die ze zelf niet meer kan uitvoeren door naar het onderwijzend personeel.

Om als docent maatschappelijk relevant te kunnen zijn moet de nieuwe docent zo lijkt het van alle markten thuis zijn.

Onderwijs gaat verder dan de schoolbanken

Dat brengt mij bij de tweede observatie en die is dat de leerling echt contact wil. Voor de leerling is het belangrijk dat het docentencorps een afspiegeling is van de wereld die hij bewoont. Een inclusieve school is een veilige school waar men sneller thuis voelt. Het echt slaat op de behoefte om zich verder te kunnen ontplooien aan de hand van aansprekende docenten. In de documentaire die voorafgaand aan de talkshows werd vertoond spraken docenten zich uit over de noodzaak tot verbinding zoeken met de leerling. Dat contact zoeken, vinden en onderhouden wordt als echt ervaren. Voor de docenten is het zonneklaar dat wanneer de student dat contact heeft kunnen maken hij dan ook in staat is om zich optimaal te ontplooien. Ik vond het opmerkelijk om te zien dat in een tijd van schaalvergroting en technologisering voor veel jonge mensen de school een plek is waar aan eigenwaarde en verbinding kan worden gewerkt.

De leerling willen echt contact omdat ze oriëntatie zoeken in een wereld vol uitdagingen waar ze onvoldoende op voorbereid zijn en waar ze ook vaak angst voor hebben. Voor de leerlingen was de scheiding tussen school en samenleving allang niet meer evident, ze wisten vaak te getuigen van veel overwonnen leed en obstakels om passend onderwijs te vinden. Duidelijk werd dat de schoolcarrière allang buiten de school was begonnen. Ik herkende hier veel van mijn eigen parcours. Het belang van een bibliotheek en geletterde buren die helpen met huiswerk, de nabijheid van buurthuizen of plekken om tot zinnen te komen zijn noodzakelijk om het op school te redden.

Jongeren zijn niet pessimistisch over de wereld, wel realistisch.

 Dat komt omdat jongeren in onze samenleving veel individualistischer zijn geworden. Al vroeg krijgen ze te maken met de uitdagingen en problemen van de grote stad. Bestuurders maakten in het gesprek duidelijk dat ze dit ook signaleren. Hoe graag sommige leerlingen ook willen dat onderwijs een hoofdzaak is, door omstandigheden wordt het bij wijlen de belangrijkste bijzaak.

Want de leerling van vandaag de dag heeft zoveel meer aan zijn hoofd dan alleen maar onderwijs volgen. Men heeft vaak al een baantje, men maakt zich nuttig in het sociale veld of heeft een alles verzengende passie. In de documentaire was sprake van leerlingen die al zorg droegen voor kinderen. Sommige leerlingen zijn afgewezen op scholen, sommigen ontberen de startkwalificaties. Dan zijn er de leerlingen die te maken hebben met een ingewikkelde thuissituatie of een taalachterstand hebben. Leerlingen ervaren racisme en uitsluiting - het was onvermijdelijk dat in het jaar van BLM dit onderwerp van gesprek zou zijn. Het leverde openhartige en soms ook pijnlijke gesprekken op..

Vooral in het MBO en VMBO is een docent vaak ook iemand die de leerlingen op intensieve wijze begeleidt richting zelfstandigheid en zich pijnlijk bewust is van de problematiek van racisme . Wat ik niet zo snel zal vergeten was het verhaal van de docent aan het VMBO in Den Bosch die als leerling zelf geconfronteerd werd met stagediscriminatie en soms met een veelbelovende leerling meeging naar de stageplek om een goed woordje te doen. Met de leerling komt de samenleving de klas binnen, en docenten gaan de uitdaging aan om met de leerlingen de samenleving in te stappen. Sommige docenten droegen de urgentie om het onderwijs radicaal te vernieuwen enthousiast uit.

We moeten van de muren af, de fysieke scheiding tussen maatschappij en school.

Thuis voelen

Dan kom ik bij de derde observatie die ook raakt aan het schoolgebouw. Het werkterrein van de bestuurders is het gebouw, het gebouw straalt de identiteit van de onderwijsinstelling uit. Voor bestuurders wordt het steeds belangrijker dat het gebouw is ingericht op dat nieuwe onderwijs dat leerlingen en docenten ambiëren. Sommige gebouwen waren al op dusdanige wijze ontworpen dat dialoog, ontmoeting en het vrije leren optimaal werden benut. Bestuurders proberen er zo voor te zorgen dat alle leerlingen zich thuis voelen, toch wijst de trend de andere kant op en de corona-pandemie heeft dat alleen meer uitvergroot. Er zijn leerlingen die met veel plezier naar school gaan, er is een groeiende groep leerlingen die, geheel tegen de eigen wil in, van het onderwijs vervreemd lijkt geraakt. Wanneer het ging over hoe we deze leerlingen perspectief konden bieden ging het vaak over kansengelijkheid.

Feit is dat het hoogopgeleide deel van de samenleving een schier oneindige voorsprong heeft opgebouwd op de rest van de samenleving - middels extra onderwijs, betere voeding, grotere woningen en het kenniskapitaal dat de ouders bezitten breidt deze groep zijn voorsprong alleen maar uit. De onderzoekers die aan tafel kwamen om deze ontwikkeling toe te lichten vinden het onwenselijk dat het onderwijs leidt tot een ratrace waarin de kapitaalkrachtigste uiteindelijk wint. Het zou niet moeten zijn dat in onze samenleving alleen wie VWO heeft gedaan een winnaar is.

Om de kansengelijkheid te bevorderen zou veel meer gekeken moeten worden naar de bereikbaarheid van scholen en de onwenselijke effecten van segregatie.

De Cito-toets als hulpmiddel

Met de politici sprak ik over de angel uit de voorselectie halen, te weten de Cito-toets. In elke talkshow kwam links- of rechtsom de vroege leeftijd waarop leerlingen al worden gedifferentieerd naar onderwijstype als achterhaald naar voren. In Dordrecht vertelde een onderwijshistoricus dat de Cito-toets ooit was bedoeld als hulpmiddel, inmiddels is het uitgegroeid tot de graadmeter die moet bepalen waar de toekomst van het kind ligt. Onderzoek en onderwijs, ervaringen en statistieken wijzen uit dat leerlingen te vroeg worden vastgelegd op een studietraject. Er zou meer ruimte moeten zijn voor persoonlijke groei. Persoonlijk sprak deze constatering mij aan omdat ik mijn overgang van po naar vo als heel beklemmend heb ervaren. Ik kon me dan ook veel voorstellen bij de persoonlijke verhalen die werden verteld over op vroege leeftijd tussen wal en schip vallen en het stigma dat aan je kleeft wanneer je niet op je niveau presteert. Om kansenongelijkheid aan te pakken zal kritisch gekeken moeten worden naar dit selectiesysteem dat te lijden heeft van perverse prikkels.

Er was geen enkele docent voor wie het onderwijs vanzelfsprekend was, er was geen enkele bestuurder die met de handen over elkaar zat; politici dragen het onderwijs een warm hart toe, leerlingen die zich inzetten voor andere leerlingen zijn mondig en welbespraakt. Kansenongelijkheid, concluderend, is een veelkoppig monster dat ons voorlopig nog wel zal bezighouden. Als ik thuiskwam van de talkshows had ik nog heel wat te overdenken. Moeten we jongeren niet de kans geven om pas rond hun veertiende een definitieve schoolkeuze te maken? Is het examen nog wel van deze tijd? Moeten scholen niet worden ingericht als winkelcentra om efficiënt in te spelen op de behoeften van leerlingen? Moeten diverse lerarenteams niet de norm worden?

Een ding maakt de corona-pandemie mij wel duidelijk: het verlangen naar goed onderwijs op een gezonde plek is alleen maar sterker geworden.

Reactie toevoegen

U kunt hier een reactie plaatsen. Ongepaste reacties worden niet geplaatst. Uw reactie mag maximaal 2000 karakters tellen.

* verplichte velden

Uw reactie mag maximaal 2000 karakters lang zijn.

Reacties

Er zijn nu geen reacties gepubliceerd.