In Haarlem bouwen gemeente, scholen en maatschappelijke partners samen aan een verrijkte schooldag. Met de zogenoemde kansencirkel verbinden ze onderwijs, welzijn, gezondheid en talentontwikkeling in en rond de schooldag. Dat betekent het einde van de versnippering door losse subsidies, regelingen en activiteiten. Voortaan staat de gezamenlijke keuze voor samenwerking en samenhang centraal.

Voor Kim van Goethem van de gemeente Haarlem ligt de aanleiding daarvoor in de praktijk. “Sommige scholen hadden vijf verschillende subsidies voor dezelfde soort activiteit en moesten ook nog onthouden welke voorwaarden bij welke potje hoorde.” Samen met haar collega Leonie Schreurs zag ze hoe verschillende regelingen steeds weer bij dezelfde kinderen uitkwamen en hoe scholen vooral bezig waren met organiseren en verantwoorden. “We zaten allebei op hetzelfde snijvlak”, zegt Schreurs. “Gezondheid, bewegen, ontwikkeling. Dan is het eigenlijk raar dat je dat in losse potjes organiseert.”

Voor scholen betekende dat vooral extra werk. Verschillende aanvragen, voorwaarden en verantwoordingslijnen, vaak voor activiteiten die inhoudelijk dicht bij elkaar lagen. “Je bent bijna meer bezig met alles eromheen dan met de kinderen zelf”, zegt Van Goethem. “En dat is precies wat je niet wilt.” Vanuit dat besef ontstond de behoefte om het anders te organiseren: minder versnipperd en meer vanuit één gezamenlijke lijn. “We zijn gaan kijken waar scholen op vastlopen en wat ze nodig hebben om dit goed te kunnen doen”, zegt Van Goethem.

  1. Kim Goethem
  2. Ruud Barnhoorn
  3. Leonie Scheurs

Kansencirkel als verbindend geheel

Toen de subsidieregeling School & Omgeving beschikbaar kwam, sloot die aan op wat er in Haarlem al speelde. Gemeente, scholen en partners trokken samen op en gaven de verrijkte schooldag vorm binnen één coalitie. Volgens S&O projectleider Ruud Barnhoorn zit de kracht niet in de structuur, maar in de manier van samenwerken. “De gemeente heeft hier bewust geïnvesteerd in relaties”, zegt hij. “Niet door het over te nemen, maar door te verbinden. Daardoor blijft het geheel bij elkaar.” Hij ziet daarin een belangrijk verschil. “Je kunt dit niet afdwingen met een regeling. Het zit in hoe mensen samenwerken.”

De zogeheten Haarlemse kansencirkel vormt daarbij de visie en het gezamenlijke uitgangspunt. De kansencirkel verbindt onderwijs, welzijn, gezondheid en talentontwikkeling tot één geheel. Daarmee verschuift de focus van losse activiteiten naar wat die activiteiten bijdragen. “Je wilt iets wat echt toevoegt”, zegt Schreurs. Dat vraagt om keuzes en om afstemming tussen scholen en partners.

Die manier van werken zie je ook terug in de verantwoording. In plaats van uitgebreide rapportages kiest de gemeente voor gesprekken met elkaar. In kleine groepen van scholen bespreken ze wat ze doen, wat werkt en waar ze tegenaan lopen. De notulen van die gesprekken vormen de verantwoording. “Je hoort hoe andere scholen het aanpakken”, zegt Van Goethem. “En dat helpt.” Volgens Barnhoorn zit daar de kern. “In die gesprekken hoor je wat er echt gebeurt. Niet alleen wat goed gaat, maar ook waar het schuurt.”

De gemeente als verbinder

Tegelijk vraagt samenwerking om onderhoud. In een eerdere opzet werkten scholen verplicht samen in de wijk. Dat leverde verbinding op, maar hield niet overal stand. In de huidige aanpak krijgen scholen meer ruimte voor hun eigen invulling. “Dat is prettig”, zegt Schreurs, “maar je ziet ook dat scholen sneller op zichzelf gaan werken.” Daarmee verdwijnt soms ook de uitwisseling die juist helpt om sterker aanbod te maken.

De rol van de gemeente ligt precies in dat spanningsveld. Niet als uitvoerder, maar als verbinder en aanjager. “Wij kijken naar de hele wijk en alle kinderen”, zegt Schreurs. “Daardoor zie je andere dingen dan wanneer je alleen naar één school kijkt.” Die positie helpt om signalen uit de praktijk terug te koppelen en om partijen bij elkaar te houden. “In gesprekken hoor je wat er speelt”, zegt Van Goethem. “Dat helpt om bij te sturen.” Barnhoorn benadrukt dat die rol essentieel blijft. “De gemeente is de enige partij die het geheel ziet en die verschillende werelden bij elkaar kan brengen.”

In de praktijk schuurt het ook. Partners werken vaak met tijdelijke inzet, waardoor continuïteit onder druk staat. Ook praktisch ontstaan knelpunten, bijvoorbeeld doordat activiteiten op hetzelfde moment plaatsvinden en de aanbieders dat niet kunnen bolwerken. Daarnaast speelt de vraag waar middelen het meest nodig zijn. Haarlem kiest er bewust voor om ook scholen net buiten de landelijke regelingen te ondersteunen. “Daar zit vaak problematiek die minder zichtbaar is”, zegt Van Goethem. “Maar wel degelijk aanwezig.”

Investeren in relatie en gezamenlijk verhaal

Met het oog op de toekomst verandert het speelveld opnieuw. Als middelen via de lumpsum rechtstreeks naar scholen gaan, verschuift ook de verantwoordelijkheid. “Dan komt er meer bij schoolbesturen te liggen”, zegt Van Goethem. “En daarmee ook de vraag hoe je samenwerking blijft organiseren.” Schreurs ziet daarin een risico. “Je wilt voorkomen dat iedereen weer zijn eigen aanbod gaat inkopen, zonder samenhang.” Barnhoorn herkent die spanning. “Juist dan wordt het belangrijk om te blijven investeren in de relatie en het gezamenlijke verhaal. Anders valt het sneller uit elkaar.”

Wat de Haarlemse aanpak laat zien, is dat samenwerking niet vanzelf ontstaat. Het vraagt om te blijven investeren in contact, in vertrouwen en in een gezamenlijke richting. “Als je het loslaat, gebeurt er in de verbinding minder”, zegt Schreurs. “Dus je moet het blijven voeden.”

Haarlem laat zien dat dat kan, niet als vast model, maar als een manier van werken die zich blijft ontwikkelen. En dat valt of staat met de kern: vertrouwen. Tussen scholen, partners en gemeente. Maar ook in de bedoeling van het werk. “Je wilt dat mensen eerlijk zeggen wat er echt speelt”, zegt Van Goethem. “Alleen dan kun je samen verder bouwen.”

In gesprek over kwaliteit: zo werkt de Haarlemse gesprekstool

In Haarlem vormt het gesprek zelf de basis voor verantwoording en ontwikkeling. De gemeente gebruikt daarvoor een vaste gesprekstool die helpt om het gesprek met scholen en partners te structureren.

De opzet bestaat uit vaste onderdelen:

Doel en visie
Wat wil de school bereiken met de verrijkte schooldag? Hoe sluit dat aan op de kansencirkel?

Aanbod en invulling
Welke activiteiten biedt de school aan en hoe dragen die bij aan brede ontwikkeling?

Bereik en deelname
Welke kinderen doen mee? Worden de juiste groepen bereikt?

Samenwerking
Met welke partners werkt de school samen en hoe verloopt dat?

Kwaliteit en effect
Wat levert het aanbod op voor kinderen? Wat gaat goed en waar zit ruimte voor verbetering?

Organisatie en randvoorwaarden
Hoe is het praktisch geregeld? Denk aan inzet van mensen en middelen.

Ontwikkelpunten en vervolgstappen
Waar wil de school of coalitie verder in groeien? Wat is daarvoor nodig?