In Lelystad-Oost begint het gesprek over kansengelijkheid niet bij school, maar in de wijk. Daar werken sport, welzijn en cultuur samen met scholen aan een omgeving waarin kinderen nieuwe ervaringen kunnen opdoen, hun talenten ontdekken en meepraten over hun eigen leefomgeving. De gezamenlijke overtuiging achter die aanpak? “It takes a village to raise a child.”
Beeld: © Gelijke Kansen Alliantie
Programmamanager School & Omgeving Eline de Vries, Martijn Nederlof van Sportbedrijf Lelystad, Marie-Elle Romkes van cultureel centrum De Kubus en Manon Geerlings van de Kinderbuurtwerk/Welzijn Lelystad zien dagelijks hoe die gedachte in de praktijk uitpakt. Niet door steeds nieuwe projecten te bedenken, maar door te kijken wat een wijk nodig heeft en van daaruit verbindingen te leggen tussen kinderen, ouders, scholen, verenigingen en maatschappelijke organisaties. School & Omgeving vormt daarbij een belangrijke basis, maar wordt nadrukkelijk verbonden aan andere opgaven in de wijk. Juist die verbinding maakt de aanpak volgens hen krachtig.
Niet beginnen bij school, maar bij de wijk
Die manier van werken ontstond niet vanzelf. Toen Lelystad-Oost als voorloper aan de slag ging met School & Omgeving, merkte De Vries dat veel gesprekken vooral gingen over structuren, verantwoordelijkheden en governance. Zelf wilde ze eerst antwoord op een andere vraag. "Welke beweging willen we in gang zetten?" Die zoektocht leidde uiteindelijk tot een gezamenlijke visie. It takes a village to raise a child werd het uitgangspunt, maar riep meteen een nieuwe vraag op. "Maar wat is dat dan?"
Pas toen daar het motto Wij vergroten jouw wereld aan werd toegevoegd, viel volgens De Vries alles op zijn plek. "Want als je het vergroot, dan weet je ook wat je met elkaar te doen hebt." Die slogan bleek meer dan een mooie oneliner. Het werd een kompas voor keuzes in de praktijk. "We hadden ook activiteiten die in het begin helemaal niet lekker liepen. Dat hoort zo. Dat is ook een beetje de koudwatervrees. Maar dan houden we dus wel vol, want wij vergroten jouw wereld, dus kennelijk moeten we ze ernaartoe brengen."
Onderdeel van bredere aanpak
Veel coalities beginnen met de vraag wat een school nodig heeft. In Lelystad-Oost werd die vraag omgedraaid. "Wat zijn de patronen in deze wijk? Wat zie je? Wat kom je tegen? Wat is er nodig?" Die wijkgerichte blik sluit aan bij de manier waarop verschillende programma's en opgaven in de wijk met elkaar verbonden worden. School & Omgeving staat niet op zichzelf, maar maakt onderdeel uit van een bredere aanpak waarin ook partners uit sport, welzijn en cultuur samenwerken aan dezelfde ambitie. Lelystad-Oost is een NPLV-gebied (Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid), maar de scholen ontvangen geld voor brede talentontwikkeling vanuit de subsidie School & Omgeving.
Volgens De Vries was de keuze voor wijkgericht werken noodzakelijk omdat iedere wijk anders is. "Er zijn hier in Lelystad vier wijken met vier verschillende, compleet verschillende dynamieken. Vier compleet verschillende vraagstukken." Wat in de ene wijk werkt, hoeft daardoor niet automatisch in een andere wijk succesvol te zijn. Juist door eerst naar de wijk te kijken, ontstond ruimte om bestaande netwerken te benutten en partners met elkaar te verbinden. "Wij wilden dus ook niet dat die scholen gaan zeggen: onze leerlingen willen graag dansen. Dat is hartstikke leuk, maar ga eens met elkaar bij elkaar zitten en bespreek wat jullie samen herkennen in de wijk."
Behoefte aan mensen die verbinden
Die wijkgerichte aanpak vroeg ook om nieuwe rollen. Waar scholen traditioneel een belangrijke ingang vormen, merkten de betrokken partners dat er daarnaast behoefte was aan mensen die verbindingen konden leggen tussen school, ouders, verenigingen, welzijn en de wijk.
Om te voorkomen dat School & Omgeving een extra belasting zou worden, besloot de coalitie een groot deel van de organisatie op zich te nemen. "We hebben gezegd: we gaan jullie volledig ontzorgen." Alle scholen in de coalitie hebben alle School & Omgeving middelen hiervoor bijeengelegd. Vanuit die gedachte ontstond ook ruimte om nieuwe verbindingen te leggen. "Wij denken dat binnen School & Omgeving ook nog een andere rol nodig is, namelijk echt die wijkverbinder."
De brug tussen school en wijk
Volgens Geerlings blijft juist die verbinding tussen school en wijk essentieel. "De brug school-wijk blijft een belangrijke." Vanuit het kinderbuurtwerk, welzijnswerk en de kinderwijkraden wordt voortdurend gezocht naar manieren om kinderen een stem te geven en signalen uit de wijk terug te laten komen in het programma. "We hebben daar natuurlijk met elkaar over gesproken destijds. Een goede zet om die kinderen een stem te geven. En ook van daaruit weer allerlei activiteiten terug te koppelen naar het programma. Dat is iedere keer de truc."
Die keuze zorgde ervoor dat de samenwerking snel in beweging kwam. Soms betekende dat simpelweg beginnen en onderweg leren. "Vanuit de gedachte: het moet in beweging komen. Dus letterlijk: ik moet de kinderen naar de activiteit brengen, want als we het niet doen, dan gaan we nu al zeggen dat het niet kan en wordt de pessimist beloond." Inmiddels zijn via het programma tientallen kinderen geholpen aan een zwemdiploma, maar volgens de betrokkenen zit de grootste winst ergens anders. Door de wijk als vertrekpunt te nemen, ontstonden verbindingen die voorheen niet vanzelfsprekend waren tussen scholen, verenigingen, welzijnsorganisaties en culturele partners.
Doorontwikkelen naar een verenigingsprogramma
Dat ziet Nederlof dagelijks terug in zijn werk voor Sportbedrijf Lelystad. Sport wordt daarbij niet ingezet als doel op zich, maar als manier om kinderen kennis te laten maken met nieuwe plekken, nieuwe mensen en nieuwe mogelijkheden. "Wij zijn echt het programma aan het doorontwikkelen naar een verenigingsprogramma. En zoveel mogelijk lokale sportverenigingen dat platform geven, hun sport laten etaleren. Daarmee versterken we de verenigingen met middelen en versterken de verenigingen het gevoel een gemeenschap te zijn."
Die kennismaking gaat verder dan een proefles of activiteit na schooltijd. "Kinderen gaan een lessenreeks hockey, basketbal of voetbal ervaren bij de club. Dan denken ze: dit is echt supertof. Aanmelden wordt alweer een stuk minder eng en spannend, want ze weten waar het is. Ze kennen de trainers, ze kennen andere kinderen en ze weten hoe de kleedkamer eruitziet." Volgens Nederlof levert dat daadwerkelijk iets op. "Tientallen leerlingen zijn al inmiddels lid geworden van verschillende verenigingen."
Betrokkenheid om te leren over de wijk én zichzelf
Hetzelfde uitgangspunt zie je terug in de kinderwijkraden die worden georganiseerd als S&O-activiteit. Kinderen van verschillende scholen, maar uit dezelfde wijk worden daar actief betrokken bij hun eigen leefomgeving. Volgens Geerlings begint dat al bij de selectie. "Je moet ook echt solliciteren." Vervolgens leren kinderen over kinderrechten, democratie en besluitvorming, waarna zij zelf bepalen welke onderwerpen belangrijk zijn. "Hun ideeën en thema's worden dan uitgewerkt."
Dat leidt tot concrete initiatieven. Zo organiseerden kinderen onlangs zelf een markt rondom armoede. Maar net als bij sport zit de grootste opbrengst niet alleen in de activiteit zelf. "Zo worden ze zelf ook mondiger. Ze leren beter samenwerken. Je ziet dat ze meer vertrouwen krijgen." Kinderen schuiven bovendien aan bij gesprekken met gemeenteraadsleden en ervaren dat hun mening ertoe doet. Daarmee leren ze niet alleen iets over hun wijk, maar ook over zichzelf.
Juist daarin herkennen De Vries, Nederlof, Romkes en Geerlings de kracht van hun gezamenlijke aanpak. Waar de één werkt vanuit sport of cultuur, de ander vanuit participatie en de derde vanuit programmacoördinatie, streven ze uiteindelijk hetzelfde doel na: kinderen kansen bieden om hun wereld te vergroten. Niet door voor hen te bepalen wat goed is, maar door samen te kijken wat er in een wijk nodig is en welke partners daar een rol in kunnen spelen.
Beeld: © Gelijke Kansen Alliantie
Van omgeving weer terug naar school
Tegelijkertijd blijft de coalitie zich ontwikkelen. De Vries merkt dat het succes van de wijkgerichte aanpak ook nieuwe vragen oproept. "We merken dat School & Omgeving, doordat wij de centrale aanvoering hebben genomen, ook wel heel erg Omgeving is geworden." Daarom wordt gezocht naar manieren om scholen meer te betrekken en ze eigenaarschap te geven, onder meer via ambassadeurs in het voortgezet onderwijs die de verbinding leggen tussen school, wijk en partners.
Daarmee is de cirkel eigenlijk rond. Waar de aanpak begon bij de wijk, wordt nu gekeken hoe scholen nog sterker kunnen aanhaken. Niet door de wijkgerichte werkwijze los te laten, maar juist door de verbinding tussen school en omgeving verder te versterken. Want uiteindelijk ontwikkelen kinderen zich niet alleen op school, niet alleen thuis en niet alleen bij een vereniging. “Juist de verbinding tussen al die werelden maakt de wereld groter.”
Tips uit Lelystad-oost
- Zie de wijk als vertrekpunt. Door eerst te kijken naar wat er speelt in een wijk, ontstaat een aanpak die beter aansluit bij de leefwereld van kinderen.
- Formuleer een gezamenlijke visie als kompas. De slogans It takes a village to raise a child en Wij vergroten jouw wereld hielpen partners om dezelfde richting vast te houden.
- Zorg voor verbinding tussen school en wijk (the village). Wijkverbinders, kinderbuurtwerkers en andere partners slaan de brug tussen de verschillende leefwerelden van kinderen.
- Ontzorg scholen waar nodig. Door taken te verdelen ontstond ruimte om de samenwerking op te bouwen.
- Geef kinderen en jongeren een stem. Kinderwijkraden leveren niet alleen ideeën op, maar versterken ook eigenaarschap en betrokkenheid.
- Gebruik de verrijkende activiteiten als middel. Sport, cultuur en participatie zijn geen doel op zich, maar manieren om de wereld van kinderen te vergroten en een ‘village’ te bouwen.