Waar je wieg staat, zou niet moeten bepalen hoe je toekomst eruitziet. Toch doet het dat wel, en juist in Midden-Groningen is dat dagelijks zichtbaar. Armoede, gezondheidsproblemen en beperkte voorzieningen hebben invloed op hoe kinderen opgroeien en leren. Met Tijd voor Toekomst werken scholen, gemeente en maatschappelijke partners daarom al vijf jaar samen aan het organiseren van verrijkte schooldagen. Die samenwerking tussen scholen en gemeente vormt de basis van de aanpak. Niet als tijdelijk project, maar met de ambitie om structureel verschil te maken voor kinderen.
Die lange adem is kenmerkend voor de aanpak. “Toen ik startte, waren er zeven scholen die aan Tijd voor Toekomst meededen,” vertelt Erna Westerveld, innovatiebegeleider bij de gemeente Midden-Groningen. “Dat zijn er inmiddels zestien. Doordat Tijd voor Toekomst is opgenomen in de Sociale Agenda van Nij Begun is er dertig jaar structureel geld beschikbaar. Met Tijd voor Toekomst wil Midden-Groningen structureel scholen en hun omgeving verrijken.” Tijd voor Toekomst ontstond in 2020 in Oost-Groningen en kreeg via het Nationaal Programma Groningen in 2021 budget om, samen met de gemeente, een bredere pilot te starten. “Daar zijn toen zeven scholen op aangehaakt.”
Waar je wieg staat, zou niet hoeven uitmaken
Aan die beweging ligt een duidelijke visie ten grondslag. “Waar je wieg staat, zou niet hoeven uitmaken voor je toekomst als kind,” zegt Erna. “Dat doet het namelijk wel en vooral hier. Dat willen we structureel veranderen.” Die visie is vertaald naar vier doelen waaraan scholen werken: het versterken van executieve functies, het versterken van basisvaardigheden, mentale en fysieke ontwikkeling en bredere talentontwikkeling. “Door samen met de innovatiebegeleider een startanalyse te maken, en van daaruit een plan van aanpak, kiest elke school bewust aan welke eigen doelen ze werken. In de startanalyse wordt een goed onderbouwd beeld geschetst van de leerlingpopulatie, maar ook wat de schoolvisie is, wat de school al doet en wat er aan voorzieningen aanwezig is in wijk of dorp.”
Voor CBS Het Galjoen in Hoogezand, dat ook met Tijd voor Toekomst meedoet, is die focus herkenbaar. “Scholen moeten werken aan minimaal twee van die doelen”, vult directeur Jolanda aan. De school staat midden in een wijk met veel diversiteit. “Veel armoede, veel eenoudergezinnen, verschillende geloven en culturen,” schetst Jolanda. “Sommige kinderen hebben zoveel meegemaakt dat hun hoofd te vol zit om te kunnen leren. Die kinderen hebben meer én iets anders nodig. En daar sluiten wij met onze visie en ons verrijkte aanbod heel mooi bij aan.”
Rolverdeling tussen scholen en gemeente als fundament
De kracht van Tijd voor Toekomst zit volgens Erna ook in de gekozen rolverdeling tussen scholen en gemeente. “De schoolcoördinatoren zijn in dienst van de scholen en de projectleider en innovatiebegeleiders intern bij de gemeente. Dat is heel bewust gekozen om de verbindingen onderling te kunnen maken en de samenwerking goed te organiseren.” Binnen de gemeente werken twee innovatiebegeleiders aan Tijd voor Toekomst.
De rol van de gemeente is vooral coördinerend, verbindend en faciliterend. Dat wordt zichtbaar in de praktijk. Jolanda vertelt hoe zij vanuit haar vorige functie ervaring had met een verrijkt vakantieaanbod. “Ik zag hoe het hielp om kinderen in de vakantie van de straat te houden.” Toen ze dat met Erna deelde, ging het snel. “Toen ze dat aan mij vertelde, zijn we daar vanuit de gemeente samen met de school direct mee aan de slag gegaan,” zegt Erna. “We hebben toen een breed overleg in de wijk gehad met onder meer andere scholen in de wijk, buurtsportcoaches, de cultuurcoach en de kinderopvang. Inmiddels staat er al twee jaar een heel mooi aanbod.” Bewust specifiek georganiseerd voor deze wijk. “Om het laagdrempelig, voorspelbaar en herkenbaar te maken.”
Rol, netwerk en inbreng van gemeente essentieel
Voor Jolanda is de rol van de gemeente essentieel. “Zonder inbreng van de gemeente had ik daar allemaal alleen achteraan gemoeten. Ook zou het hele netwerk van andere scholen en samenwerkingspartners wegvallen. En misschien nog wel het belangrijkste: ik zou geen kritische sparringspartner meer hebben zonder de gemeente.” Dat Erna een onderwijsachtergrond heeft, helpt daarbij. “Daardoor weet ik waar ik moet doorvragen, ken ik de problemen en spreek ik de taal. Als innovatiebegeleider help ik scholen door het hele proces van subsidieaanvraag en -verantwoording heen, dit scheelt hen een hoop administratieve last en zorgt ervoor dat scholen focus kunnen blijven houden op de uitvoering.”
Focus op kwaliteit: niet vullen, maar voeden
Ook de samenwerking met maatschappelijke partners is bewust ingericht. “Het wordt gedragen door alle maatschappelijke partners,” zegt Erna. “We vonden het belangrijk om veel aandacht te besteden aan de kwaliteit van het aanbod. Elk schooljaar organiseren we vanuit de gemeente een paar netwerkbijeenkomsten voor onze scholen. Hierin staat leren van en met elkaar centraal; we merken dat dit vooral voor startende scholen heel fijn werkt. Ook bespreken we of onze gezamenlijke projectdoelen worden behaald en waar verbeterpunten zitten voor een volgende fase.”
In die gesprekken met aanbieders ligt de focus steeds nadrukkelijker op kwaliteit. “We willen voeden en niet vullen,” zegt Erna. “Dus liever één toptijduur dan meerdere mindere uren. Daarom zijn we nu achter de schermen aan het kijken naar hoe we dit verder willen vormgeven. Zo willen we de partners verder versterken op het gebied van taal, bijvoorbeeld door workshopleiders bewust te maken van taalverrijking Vanuit de coalitie Oost-Groningen is een nascholingsaanbod ontwikkeld voor aanbieders.” Volgens Jolanda ligt daar inderdaad veel winst. “Het is een kwestie van uitproberen, ervaring opdoen en kijken wat werkt.
Verder kijken dan scholen met verrijkte schoolpleinen
Op schoolniveau wordt het programma gecoördineerd door een schoolcoördinator. Jolanda vervulde die rol eerst zelf. “Maar nu heb ik iemand aangesteld daarvoor. Zij doet het contact met ouders en kinderen en ik meer op hoofdlijnen het contact met partners en gemeente.” Daarnaast komt de gemeente minimaal drie keer per jaar langs. “We hebben een start-, tussen- en eindevaluatie,” zegt Erna. “Die doorlopen we samen met de scholen cyclisch om knelpunten en verbeteringen te signaleren en om tot een toekomstig plan te komen waarmee direct de subsidie kan worden aangevraagd.”
De samenwerking beperkt zich inmiddels niet meer tot het schoolgebouw. “Wat heel mooi is, is dat we nu verder kijken dan het verrijken op school alleen,” zegt Erna. “We zoeken contact met de sociaal wijkversterker om het programma van de school verder te verbinden aan de wijk en meerdere doelgroepen. Ook is er gemeentelijk een pilot gestart met het verrijken van schoolpleinen, hieraan doen inmiddels vier scholen mee. Op groene pleinen wordt meer bewogen, meer gespeeld, gezonder gegeten, nieuwsgierig gemaakt en minder gepest. Jolanda: “Zo maken wij bijvoorbeeld ook gebruik van een Cruyff Court in de buurt en hebben de buutsportcoaches een skatebaan in een oude loods.”
Tegelijk blijven er uitdagingen. “Lastig blijft altijd de huisvesting,” zegt Jolanda. “Dat is hier een groot probleem.” Erna vult aan: “Er zijn vooral te weinig gymzalen. Het liefste wil je dan bouwen natuurlijk, maar gemeenten moeten bezuinigen. Het is dus moeilijk, omdat we de middelen niet hebben, maar we kunnen wel functioneel meedenken in wat nog wel kan.”
Effect? Meer plezier, verbinding en vanzelfsprekendheid
Het effect van verrijkte schooldagen is lastig hard te meten. “Maar wat we wel zien,” zegt Jolanda, “is dat we heel veel kinderen bereiken. Ze komen met meer plezier naar school, ze ontmoeten elkaar, ze vertellen er thuis over en thuiskomt ook op school. En we zien dat ze hun kennis en vaardigheden vergroten.” Erna: “Als ik kijk naar kwantiteit kan ik alles wel afvinken, maar dat zegt niks over de kwaliteit. Waar ik blijer van word, is bijvoorbeeld de verschuiving bij een schooldirecteur die eerst de toegevoegde waarde niet zag. Maar nu zegt hij: ik zie door het welbevinden van de leerlingen dat ze met meer plezier naar school gaan en dat dit effect heeft op het leerproces.”
Wanneer zijn verrijkte schooldagen geslaagd? Voor Jolanda is dat helder. “Ik vind het mooi om te ervaren dat kinderen ook in de vakantie graag naar school willen. Dat de kinderen het extra als gewoon ervaren. Dat ze de verrijking zo gewend zijn dat het vanzelfsprekend is.”
Tips voor andere coalities
Tot slot delen Erna en Jolanda hun lessen voor andere (startende) coalities:
- Kijk naar de kracht van de mensen die je in huis hebt;
- Begin klein en met stabiel aanbod, langzaam uitbreiden;
- Zet een kind-ouderondersteuner in voor contact met ouders en kinderen;
- Stel een coördinator aan: het is echt een taak erbij;
- Leer van andere scholen, ga in een netwerk.