Een verrijkte schooldag organiseren op je eigen school? Hoe pak je zoiets aan? Hoe integreer je een verrijking in de dagindeling op jouw school? Hoe kies je de juiste indeling en wat kun je tegenkomen op weg naar het verrijken van leerlingen? We vroegen het aan zelfstandig onderwijspedagoog Noor Waardijk. Met haar brede kennis en ervaring als projectleider S&O in Almere en expertcoach helpt zij andere coalities bij de ontwikkeling van de kwaliteitscyclus. Ze weet wat werkt bij het kiezen en opzetten van een goede verrijkte dagindeling.

Je komt bij heel veel scholen in het PO, VO, speciaal onderwijs en praktijkonderwijs. Zie je in de praktijk verschillen in dagindelingen terugkomen?

‘Ja, heel veel verschillen. Zo werken in het PO een naschools aanbod en een 1,5 uur langere dag heel goed, vooral voor de onder- en middenbouw. Je ziet dat jongere kinderen vaak staan te trappelen voor de activiteiten dus motivatie en opkomst zijn hier geen probleem. Hier helpt het als een vaste docent die goed in het team past en de kinderen al kent, de verrijkte lessen start binnen schooltijd. Ook de klassen langs om leerlingen actief te werven en vaste, gestructureerde activiteiten maken, zijn effectief.’   

Hoe verschilt de dagindeling in het PO dan met een verrijkte dag in het VO?

'In het VO werkt het juist minder goed als leerlingen langer op school moeten blijven. Zo was bijvoorbeeld een school begonnen met een naschools programma om heel snel daarna te ontdekken dat dit niet werkte. Daar zie je juist vaker dat het voorafgaand aan de oorspronkelijke lestijden ‘geplakt’ oftewel ingevoegd wordt. Dat komt doordat veel scholen de eerste lesuren vrij plannen.

Maar ook een mentoruur als dagstart tweemaal per week is een variant die goed werkt. Doordat er geen vast programma is, ontstaat er ruimte voor bijvoorbeeld persoonlijke aandacht en actualiteit.

De beste optie in het VO vind ik zelf als naschools, onder schooltijd én ervoor worden gecombineerd met elkaar. Voordeel is dat je beter kunt samenwerken met een uitvoerend partner en er zijn volledige klassen die meedoen. Het staat immers op het rooster, alleen niet in de lessentabel. Hierdoor sla je meteen twee vliegen in één klap: je breidt je roosteruren uit, maar leerlingen hebben niet door dat het geen onderwijstijd is. Bovendien bied je het de hele klas aan op deze manier. Laaghangend fruit hierbij zijn de tussenuren of roostervrije uren.’ 

Waarom dan toch die combinatie met naschools bij VO?

‘Het werkt gewoon efficiënter als je én-én-én doet. Door het te verstoppen in een schooldag bereik je meer leerlingen. Maar door ze ook naschools nog activiteiten aan te bieden, daag je leerlingen uit om ze vrijwillig te committeren. Zo werkt een jaarlijkse commitment als een dansgroep dat samen meedoet aan optredens of een voetbalteam dat samen meedoet aan wedstrijden, bijvoorbeeld ook heel goed. Maar vergeet ook niet de waan van de dag mee te pakken met bijvoorbeeld een eenmalige workshop VR-brillen. Belangrijk hierbij is dat je ook in gesprek gaat met je leerlingen over wat zij leuk vinden.’

En welke dagindeling zie jij bij speciaal onderwijs of praktijkonderwijs?

‘Vooral in speciaal onderwijs is het superonhandig als leerlingen langer op school moeten blijven. Dus hier zou ik adviseren om het onderdeel van de schooldag te maken. Bovendien doen speciale scholen automatisch al meer maatwerk, dus plannen het vaak al goed door de dag heen. Neem dan ook vooral het leerlingenvervoer op in je planning, want er zullen ouders zijn die dit niet zelf kunnen regelen. Streef ernaar dat ze het liefst allemaal tegelijk worden opgehaald of kijk anders naar wie er normaal al met elkaar reizen en maak daar een verdeling op.’ 

Zie jij nog waar scholen - ongeacht PO, VO, speciaal of praktijkonderwijs - een kans missen?

‘Ja, scholen zouden nog wat alerter mogen zijn op het verlengen van het aanbod in de schoolvakanties. Dat zie ik nog weinig gebeuren. En dat is heel erg jammer, want er zijn nog te veel kinderen die in vakanties helemaal nooit iets doen. Terwijl juist een vakantie met een samenhangend aanbod ruimte biedt voor belevingswerk en groepsbinding door gezamenlijke uitjes.’   

Zie je ook voorbeelden waarbij ze al vanuit visie voor verrijking kiezen?

‘Ja, ik zie dat er scholen zijn die vanuit visie de schooldag al met een uur verlengen. Wat daar gebeurt is dat dan de ene helft van de klas op dinsdag Verrijkt aanbod heeft en de andere helft van de klas op donderdag. Zo ontstaat er ook ruimte om bijvoorbeeld de rekenaars die meer hulp nodig hebben, bij elkaar te zetten en extra les te geven in de tijd dan anderen het Verrijkt aanbod volgen. Op de andere dag kun je dan de rekenaars die meer uitdaging kunnen gebruiken, bij elkaar zetten om een plusles te geven. Dat is een duidelijke keuze, maar heeft wel consequenties. Leraren werken met deze vorm van verrijking immers langer door.’

Pleit jij voor eigen leerkrachten die de verrijking op zich nemen of voor externe aanbieders?

‘Beiden hebben voor- en nadelen. Als je bestaande leerkrachten het verrijkte aanbod laat doen, dan geef je ze zelf vaak ook energie doordat ze iets nieuws doen. Bovendien blijft de kennis meer binnen de school dan wanneer je een externe partij inhuurt. Maar iets nieuws is ook altijd leuk en inspirerend. Maar vraag je dan eerst af of het voldoende veilig en vertrouwd is. Als dat gewaarborgd is, dan kan er nieuwe inspiratie bij. Op Havenacademie in Almere ruilen ze bijvoorbeeld van school. De ene leerkracht gaat naar de andere school toe om zijn les te geven en andersom.’

Hoe zie jij de inzet van medewerkers van school bij het Verrijkt aanbod?

'Naast leerkrachten, en vaak ook een conciërge of directeur, is het de administratie die alles op de achtergrond regelt. Steeds vaker zie ik ook één vaste S&O-coördinator die alles rondom de verrijking regelt. Maar vergeet ook zeker niet de achtervang goed te regelen. Want wat als iets niet zo loopt als vooraf gedacht? Dan is het belangrijk dat er iemand van school, een klassenassistent of conciërge, aanwezig is. Ik vind dat er altijd een vaste achtervang moet zijn. Veiligheid en kwaliteit zijn immers absolute basisvoorwaarden.’

Hoe kun je het onderwijsaanbod doortrekken naar je buitenschools aanbod?

'Dat kun je op meerdere manieren doen. Je kunt verbinden op thema’s of een rode draad zoals taal, maar ook vanuit pedagogische visie. Je zou het zelfs kunnen afstemmen op pedagogisch-didactische vaardigheden. Dat laatste lijkt misschien klein, maar vergroot wel de herkenbaarheid naar de kinderen toe. Daarnaast opent het ook direct het gesprek met de aanbieder. Door gezamenlijk af te stemmen hoe je bijvoorbeeld een les begint en eindigt creëer je voorspelbaarheid. Waardoor de kinderen weten: of ik nu ga leren, dansen of koken, dit herken ik.’

Welke tips heb je voor coalities of scholen die nog moeten beginnen met een dagindeling voor de verrijkte schooldag?

‘Het is belangrijk om vooraf al goed na te denken, de jaarplanning erbij te pakken en te ontdekken waar er ruimte is. Welke uren heb ik beschikbaar? Wat is mijn schooltijd? Hoe deel ik die in en hoe doe ik het nu? En zijn er nu al tijden onder schooltijd beschikbaar? Soms is dat al een uur tussen de middag bijvoorbeeld. Maar denk ook na over wat en hoe je dit zou willen invullen in een ideale wereld? Is dat eerder beginnen of langer doorgaan? Welke ruimte wil je maken voor jezelf? Door daar vooraf goed over te na te denken, ontstaat er vanzelf ruimte voor een goede dagindeling.’