Solving Parent-Child Information Frictions

Bij deze interventie kregen ouders een half jaar lang bijna wekelijks informatie over het gedrag van hun kinderen op school en hun huiswerk. De informatie werd gecommuniceerd via e-mails, tekstberichten of telefonisch. Elke vijf tot acht weken werden de cijfers die de leerlingen hadden behaald naar hun ouders gestuurd. Het gedrag van de leerlingen en hun leerprestaties verbeterden door de interventie aantoonbaar. Ook waren ouders meer betrokken wat zich uitte in het vaker bijwonen van ouderavonden.

School
VO
Leeftijd
11-17 jaar
Duur
Half jaar
Evidentie
Randomized Controlled Trial (RCT)
Locatie
Los Angeles, VS
Website
http://www.columbia.edu/~psb2101/BergmanSubmission.pdf

Bergman, P. (2015). Parent-child information frictions and human capital investment: Evidence from a field experiment, CESifo Working Paper 539.

Achtergrond

Veel papers benadrukken het belang van investeringen van ouders in het menselijk kapitaal van hun kinderen. De meeste modellen over menselijk kapitaal houden echter geen rekening met informatieasymmetrieën tussen ouders en hun kinderen. Kinderen kunnen systematisch informatie voor hun ouders achterhouden waardoor de ouders suboptimale investeringsbeslissingen nemen. Deze studie kijkt of het vermoeden van de auteurs waar is dat ouders informeren over het dagelijkse gedrag van hun kinderen de leerprestaties van hun kinderen ten goede komt.

Doelgroep

De interventie werd toegepast op een middelbare school in een achterstandswijk in Los Angeles. 90% van de leerlingen had een lage sociaal economische achtergrond.

Interventie

“Deze interventie bestudeert middelbare scholieren uit de
bovenbouw van een middelbare school. De ouders kregen een half jaar lang bijna wekelijks informatie over schoolgedrag en huiswerk. Deze informatie was heel precies: als de jongeren hun huiswerk niet hadden gemaakt, kregen ouders exact te horen welke pagina’s in het boek van welk vak het betrof. De informatie werd gecommuniceerd via emails, tekstberichten en/of telefonisch. Elke vijf tot acht weken werden de cijfers die leerlingen hadden behaald naar hun ouders gestuurd.”

Resultaten

Het gedrag van de leerlingen verbeterde door de interventie aantoonbaar. Hun werkhouding verbeterde (minder leerlingen hadden een onvoldoende werkhouding (20% ten opzichte van 26% in de controlegroep) en meer leerlingen een excellente werkhouding (41% ten opzichte van 34% in de controlegroep), ze spijbelden minder en ze hadden vaker hun huiswerk af. Ook verbeterde de interventie hun leerprestaties. Hun wiskundecijfers stegen met 0,21 standaarddeviatie. De interventie had geen invloed op hun taalcijfers. De behandelde ouders waren 7.9 procentpunt meer waarschijnlijk om ouderavonden bij te wonen (23% ten opzichte van 15% in de controlegroep).