Getting Parents Involved

Deze interventie bestond uit drie bijeenkomsten voor ouders. De eerste twee sessies focuste op hoe ouders hun kinderen konden helpen door deel te nemen aan de onderwijsactiviteiten van hun kinderen op school en thuis. Tijdens de laatste sessie (na het eerste rapport) kregen ouders advies hoe ze de resultaten van het eerste semester konden interpreteren en verwerken in hun hulp. Ouders raakten door de interventie meer betrokken bij de school van hun kind en de kinderen vertoonden meer positief gedrag op school. Zo spijbelde ze bijvoorbeeld minder.

School
VO
Leeftijd
11-12 jaar
Duur
3 bijeenkomsten van 2 uur
Evidentie
Randomized Controlled Trial (RCT)
Locatie
Parijs, Frankrijk
Kosten
€1000 per school per jaar
Website
http://restud.oxfordjournals.org/content/early/2013/09/19/restud.rdt027.abstract

Avvisati, F., Gurgand, M., Guyon, N., & Maurin, E. (2013). Getting parents involved: A field experiment in deprived schools. The Review of Economic Studies, 81(1), 57-83.

Achtergrond

Er is veel literatuur beschikbaar over hoe vaardigheden worden opgedaan op school. Recentelijk is er ook meer aandacht voor de invloed van ouders. Ouderbetrokkenheid en -participatie kunnen een belangrijke, bepalende factor zijn voor educatief succes. Er is echter weinig bekend hoe deze factor effectief kan worden beïnvloed door beleid. Deze studie laat zien dat de houding van ouders en hun betrokkenheid bij school significant kan worden vergroot door een simpel betrokkenheidsprogramma en zo kan bijdragen aan het verlagen van disciplinaire problemen bij jonge tieners.

Doelgroep

De interventie was specifiek gericht op ouders van kansarme kinderen.

Interventie

De interventie bestond uit drie bijeenkomsten die plaatsvonden om de 2-3 weken. Deze bijeenkomsten waren speciaal voor de ouders en de kinderen waren dan ook niet aanwezig. Gemiddeld duurden de sessies 2 uur. De eerste twee sessies focuste op hoe ouders hun kinderen konden helpen door deel te nemen aan de onderwijsactiviteiten van hun kinderen op school en thuis. De laatste sessie vond plaats na het eerste rapport. Ouders kregen advies hoe ze de resultaten van het eerste semester konden interpreteren en verwerken in hun hulp. Na de derde sessie kregen deelnemers de mogelijkheid om aan additionele sessies deel te nemen, maar de opkomst daarbij was marginaal.

Resultaten

De interventie had een positieve impact op de ouderbetrokkenheid van de ouders in de behandelingsgroep. Behandelde ouders waren 3.4 procentpunt meer waarschijnlijk om regelmatig met de school in contact te zijn (82% ten opzichte van 79% in de controlegroep) en 6,7 procentpunt meer waarschijnlijk om hun kind te controleren op hun huiswerk (27% ten opzichte van 21% in de controlegroep). Aan het eind van het jaar was het aandeel van ouders dat actief deelnam in de ouderraad 37% in de behandelingsgroep ten opzichte van 25% in de controlegroep. Het gedrag van de kinderen werd positief beïnvloed op verschillende manieren. Allereerst waren de kinderen van behandelde ouders 25% minder afwezig in de lessen. Aan het eind van het schooljaar was het spijbelen in de behandelingsgroep met 25% afgenomen. Studenten behaalden daarnaast betere cijfers in taal, maar er werden geen resultaten gevonden bij testen op lettervaardigheid en gecijferdheid. Ten slotte waren er niet alleen positieve effecten zichtbaar bij kinderen uit de interventiegroep, maar ook bij kinderen die in de klas zaten bij deze kinderen, zogenaamde spill overs.