Gedragsinterventies proberen probleemgedrag, zoals agressie, gewelddadigheid, pesten, alcohol- en drugsmisbruik te verbeteren. Uit deze overzichtsstudie blijkt dat gedragsinterventies tot grote verbeteringen in academische prestaties kunnen leiden en een afname van eventueel problematisch gedrag. De effecten zijn groter als de interventies specifiek worden gericht op leerlingen met bepaalde behoeften of met gedragsproblemen, vergeleken met universele interventies of interventies op schoolniveau.

Over het onderzoek naar gedragsinterventies

Achtergrond

Gedragsinterventies proberen moeilijk gedrag, zoals agressie, gewelddadigheid, pesten, alcohol- en drugsmisbruik, en algemene anti-sociale activiteiten te verbeteren. Er kunnen drie brede categorieën van gedragsinterventies onderscheiden worden:

  1. universele programma’s waarin geprobeerd wordt gedrag te verbeteren, vaak in de klas; 
  2. specifiekere programma’s die gericht zijn op leerlingen met oftewel gedragsproblemen ofwel academische problemen; 
  3. benaderingen op schoolniveau om een positieve schoolethos te ontwikkelen of om discipline te verbeteren die ook tot doel heeft om een grotere leerbetrokkenheid te creëren.

Doelgroep

Dit is een overzichtsstudie van de Education Endowment Foundation uit de Teaching & Learning Toolkit. Dit is een toegankelijke database van samenvattingen van onderwijsonderzoek over onderwijs voor 5-16 jarigen. 

Interventie

Dit is een overzichtsstudie uit de Teaching & Learning Toolkit van de Education Endowment Foundation (EEF). Dit is een toegankelijke, Engelstalige database van samenvattingen van onderwijsonderzoek naar kinderen in de leeftijd van vijf tot zestien jaar. De samenvattingen tonen een overzicht van bestaand onderzoek over het betreffende onderwerp en geven daarbij ondermeer de gemiddelde impact van een interventie, de sterkte van het bewijs en een indicatie van de kosten. Daarnaast bieden de samenvattingen handzame aanwijzingen voor het implementeren van de verschillende interventies. 

Resultaten

Onderzoek suggereert dat gedragsinterventies tot grote verbeteringen leiden van academische prestaties en een afname van problematisch gedrag. De resultaten variëren sterk tussen verschillende programmas. De effecten zijn groter als interventies specifiek worden gericht op leerlingen met bepaalde behoeften of met gedragsproblemen, vergeleken met universele interventies of interventies op schoolniveau. Een meerderheid van studies rapporteert een hogere impact op oudere kinderen. Gemiddeld wordt er een leerwinst van vier maanden behaald. Intensievere, duurdere en gefocustere interventies behalen de sterkste resultaten.