Deze interventie bestond uit het afnemen van dagelijkse online toetsen met onmiddellijke en persoonlijke feedback voor psychologievakken. Studenten in de interventiegroep scoorden hoger op toetsen van het betreffende psychologievak en scoorden hoger in andere vakken die in hetzelfde semester als het psychologievak werden gegeven. Ook scoorden ze hoger in de vakken van het daarop volgende semester. De resultaten waren het sterkste voor studenten met een lage sociaal-economische achtergrond.

Over het onderzoek naar dagelijks online toetsen

  • School: HO
  • Duur: 1 semester (28 lessen)
  • Evidentie: quasi-experimenteel
  • Locatie: Verenigde Staten
  • Bron: Pennebaker, J. W., Gosling, S. D., & Ferrell, J. D. (2013). Daily online testing in large classes: Boosting college performance while reducing achievement gaps. PloS one, 8(11), e79774.

Achtergrond

Bij het betreden van het hoger onderwijs blijkt dat veel studenten basiskennis missen die nodig is voor bijvoorbeeld vakken als wiskunde, exacte wetenschappen en andere studierichtingen. Daarnaast blijkt ook dat studenten tekortschieten in kennis over hoe te leren. Voor instellingen in het hoger onderwijs blijkt het een uitdaging om studenten deze zelfregulerende vaardigheden aan te leren. Een belangrijke methode om de prestaties van studenten te verbeteren is om ze geregeld toetsen te geven, tezamen met snelle, doelgerichte en gestructureerde feedback op hun prestaties. Op die manier kunnen ze tijdig hun leer- en studiestrategieën aanpassen om hun leerprestaties te verbeteren. Het lijkt zinvol om deze vaardigheden aan het begin van het hoger onderwijs aan te leren, zodat studenten er de rest van hun studietijd profijt van hebben.

Doelgroep

Deze interventie is gericht op beginnende studenten in het hoger onderwijs. 

Interventie

Deze interventie bestond uit dagelijkse online toesten met onmiddelijke en persoonlijke feedback voor psychologievakken. Tijdens de eerste 10 minuten van de les maakten studenten een quiz van acht vragen. Zeven van de vragen gingen over materiaal van het vorige college. De laatste vraag was een vraag die verkeerd beantwoord was in de vorige quiz. In het geval dat de student in de vorige quiz alle vragen goed had beantwoord werd een willekeurige vraag geselecteerd, die al eerder was gesteld. Het eindcijfer bestond uit de cijfers behaald voor de quizen (86% van het totale cijfer) en de cijfers van de vier schrijfopdrachten (14% van het eindcijfer). Daarnaast kregen studenten in de interventiegroep geen les uit tekstboeken; alle artikelen en teksten kwamen uit online bronnen.

Resultaten

Studenten die dagelijks de online toetsen maakten:

  1. scoorden 6 procentpunt hoger op het betreffende psychologievak (77% ten op zichte van 71% in de controlegroep); 
  2. scoorden hoger in andere vakken die in hetzelfde semester gegeven werden; 
  3. scoorden hoger op vakken die in het semester na de interventie volgden.

Die laatste twee resultaten suggereren dat de interventie erin slaagde om studievaardigheden aan te leren die ook de prestaties op andere vakken verbeterden. De resultaten waren het sterkste voor studenten met een lage sociaal-economische status (SES). Het verschil tussen de cijfers van de hogere SES met de lagere SES was significant kleiner voor de interventiegroep dan voor de controlegroep (0,34 verschil in de interventiegroep ten opzichte van 0,71 verschil in de controlegroep). De interventie resulteerde daarmee in een afname van het prestatieverschil met meer dan 50%.

Hoort bij