Je hebt gewone VVE, en je hebt TOP-VVE

Ik ben Linda, vierdejaars pabostudent en stagiaire bij de Gelijke Kansen Alliantie. Dit is een programma van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap waar men zich inzet om onderwijskansen voor kinderen in Nederland zoveel mogelijk gelijk te maken. In dit blog vertel ik over mijn bezoek aan een Top-VVE en een reguliere VVE-klas in Dordrecht.

Geschreven door
Linda
Op november 3, 2018
Taalbevordering

In mijn eerste blog benoemde ik al dat een taalachterstand verstrekkende gevolgen heeft voor de ontwikkeling van een kind in het onderwijs. Het is goed om je te realiseren dat dit een enorme rol speelt in ons educatieve systeem; een belangrijk middel voor communicatie en kennisoverdracht. Niet alleen de eerder genoemde verhaaltjessommen bij rekenen, maar alles wat mondeling toe wordt gelicht, wat je oppikt als er voorgelezen wordt, begrijpend lezen van ingewikkelde teksten, de meeste methoden voor geschiedenis en aardrijkskunde, CITO’s: allemaal taal. Gemeenten krijgen een bedrag voor vroeg- en voorschoolse educatie om kinderen met achterstanden al vroeg extra te helpen. In de gemeente Dordrecht zijn daarvoor niet alleen ‘gewone’ VVE-klassen, maar ook Top-VVE-klassen gestart. Dit zijn speciale peutergroepen waar kinderen zonder meerprijs naartoe kunnen, waar extra aandacht besteed wordt aan taal. Ik word rondgeleid in het gebouw van basisschool Mondriaan en wijkcentrum Koloriet in Dordrecht, waar ik een Top-VVE en een reguliere VVE-groep bekijk.

In beide groepen kijk ik rond en volg ik een kringles. Ik zou graag willen zeggen dat ik op basis daarvan enorme verschillen zie, maar eigenlijk valt dat best mee. De indeling is anders, de Top-VVE heeft een veel mooiere leeshoek en de kinderen lijken iets spraakzamer (maar dat kan ook komen omdat ik dat graag zou willen zien). Eigenlijk wordt mij pas door gesprekken met de leidsters en de directrice duidelijk hoe ik wat ik gezien heb kan plaatsen. Ze leggen uit dat ze speciale begeleiding krijgen vanuit Vinci, de bedenkers van het concept, en buiten de VVE-uren zelf ook nog veel bezig zijn met zaken als intervisie, coaching en trainingen. Activiteiten worden gehaald uit een boek van Kees Broekhoff, Speel Goed: over woorden die kinderen nodig hebben om uiteindelijk wetenschappelijk mee te kunnen komen. Ook wordt er een onderzoek afgenomen voor de digitale prentenboekmethode Bereslim: gaat hun taal daar echt sneller mee vooruit? Een werkwoord als ‘lopen’ leer je tenslotte beter van een filmpje dan wanneer je het alleen hoort.

De woorden die ze de kinderen aanleren komen van een eigen woordenlijst, met alle woorden die kinderen moeten begrijpen om goed mee te kunnen doen in de kleuterklas. Deze vind je overal terug in het lokaal op labels met plaatjes. Kinderen in beide klassen kiezen een activiteit door van een dienblad een voorwerp te kiezen (kwast voor verven); later hoor ik dat dit uit het Top-VVE-programma komt.

Eerlijk is eerlijk: het klinkt en ziet er allemaal erg goed uit. Ik vind het jammer dat het zoveel geld kost, dat moet dan weer ergens anders vandaan komen en dan moet natuurlijk ook aangetoond kunnen worden dat het werkt. Iets wat ik mij wel direct afvraag is hoe kinderen er nu terecht komen; hoe kies je nou welk kind daar recht op heeft? Er wordt mij uitgelegd dat er van de ouders ook een hoge betrokkenheid wordt verwacht: samen spelen en Nederlands spreken met hun kind tijdens het inloopmoment, ouderbijeenkomsten etc. Zij kiezen bewust voor Top-VVE en weten dat er dan van hen ook dingen wordt verwacht. Eigenlijk hebben alle betrokkenen, inclusief de leidsters, er bewust voor gekozen zich vol voor deze pilot in te zetten; fantastisch om te zien dat zij ook meer willen doen dan ‘wat ze je al jaren doen en wat werkt’.

Nadat ik ben vertrokken heb ik nog lang nagedacht. Er zitten zoveel stappen (jaren) tussen het hebben van een goed idee en het in het onderwijs als de nieuwe norm te laten gelden. Ik kan het niet helpen dat ik het jammer vind dat het zo’n gedoe is. Als een van de betrokken partijen afhaakt, is dit idee van de baan. Om nog maar niet te spreken over de mogelijkheid dat het uiteindelijk niets uit blijkt te maken voor hun gelijke kansen, dat onderzoek moet nog afgemaakt worden. Het zou zo mooi zijn als we gewoon een glazen bol hadden waar we even in konden spieken of het idee werkt en hoe men aan meer geld komt.

Dat het moeilijk wordt om dingen anders te maken, betekent voor mij in ieder geval niet dat ik mijn wens ineens ga parkeren. Ik vertrouw erop dat, als zoveel mensen die delen, er op een gegeven moment een of meerdere dingen gevonden worden die aantoonbaar werken, hopelijk ook Top-VVE, wat we in heel Nederland in kunnen zetten.

Meer uit het thema taalbevordering