Deze overzichtsstudie laat zien dat de leerprestaties van achterstandskinderen te verbeteren zijn door het aanbieden van extra steunlessen. Hierbij wordt meestal gewerkt met de dubbele-dosisaanpak voor kinderen uit groep 8 van de basisschool en de eerste twee jaren van de middelbare school. Leerlingen met een leerachterstand in een bepaald vak krijgen dit vak het half jaar erna nog eens. Deze herhaling komt in de plaats van vakken als tekenen, wereldtalen of gymnastiek. 

Over het onderzoek dubbele-dosisaanpak

  • School: PO/VO
  • Duur: half jaar
  • Evidentie: overzichtsstudie met voornamelijk gerandomiseerde experimenten
  • Locatie: Verenigde Staten
  • Bronnen:

Achtergrond

In de Verenigde Staten zijn recent een een reeks studies verricht naar de dubbele-dosisaanpak voor leerlingen met een leerachterstand. Voor een veelbelovend Nederlands experiment op het gebied van de dubbele-dosisaanpak, zie de link in bron II.     

Doelgroep

De doelgroep van de dubbele-dosisaanpak bestaat uit leerlingen met een leerachterstand in een bepaald vak. Het gaat hierbij om kinderen uit groep 8 van de basisschool en de eerste twee jaren van de middelbare school. De meest recente studies naar dit onderwerp vergelijken steeds de kinderen die net slecht genoeg presteren om wel mee te mogen doen, met kinderen die net goed genoeg presteren om niet mee te mogen doen. De leerprestaties van deze groepen verschillen dus nauwelijks, maar de ene groep neemt wel deel aan de dubbele-dosisaanpak en de andere groep niet. Hierdoor gelden de effecten die zij vinden alleen voor de beste deelnemers van de extra lessen. Er zijn ook studies die kijken naar de effecten op alle deelnemende kinderen 

Interventie

Met de dubbele-dosisaanpak krijgen kinderen met een leerachterstand in een bepaald vak uit groep 8 van de basisschool en de eerste twee jaren van de middelbare school dat vak het half jaar erna nog eens. Deze herhaling komt in de plaats van vakken als tekenen, wereldtalen of gymnastiek. 

Resultaten

Taylor (2014) laat zien dat de kinderen die net slecht genoeg rekenden om mee te mogen doen met de dubbele-dosisaanpak, uiteindelijk 0,16-0,18 SD beter rekenden dan kinderen die net goed genoeg waren om niet mee te mogen doen. Alle kinderen met rekenprestaties in de onderste helft van de klas mochten op vrijwillige basis meedoen.

Dougherty (2015) toont aan dat extra steunlessen leesvaardigheid kinderen beter laten lezen en rekenen. Hij onderzoekt de effecten van een dubbele-dosisaanpak leesvaardigheid op een ruime doelgroep. Wie niet bij de beste 40% van de klas zit, doet mee met de interventie. Hij vindt gemiddeld geen verschil tussen de beste kinderen die deze extra lessen hebben gevolgd en de kinderen die deze lessen (net) niet hebben gevolgd in lezen, maar wel een 0,05 SD verbetering in rekenen. Dit lijkt erop te duiden dat de leerlingen toch de rekeninstructies beter begrijpen dankzij de extra leeslessen. 

Cook et al. (2014) vinden grote leerwinsten voor een programma dat extra lessen wiskunde combineerde met het aanleren van een positieve levenshouding en het ombuigen van negatief gedrag. Het programma was gericht op achterstandsjongeren op een middelbare school in Chicago. Deze leerlingen hadden een forse leerachterstand in wiskunde en liepen een hoog risico om uit te vallen. De focus van de interventie is matching: het programma is ingericht om leerlingen te helpen met wat zij daadwerkelijk nodig hebben. Het programma duurde een half jaar (27 weken). De academische component bestond uit één uur per dag kleinschalige wiskunde-instructie. De non-academische component duurde ook één uur per week en was gericht op het aanleren van een positieve levenshouding. Deelname aan één of twee componenten van het programma verbeterde de wiskundecijfers met 0,67 SD, maar had geen invloed op de leesvaardigheid van de leerlingen.

Studies van Cortes en Goodman (2014) en Cortes et al. (2015) meten het effect van extra lessen wiskunde onder 15.000 middelbare scholieren in Chicago. Middelbare scholieren die aan het einde van het schooljaar ondergemiddeld presteerden, kregen in het daaropvolgende jaar twee wiskundevakken in plaats van één. Naast het gewone wiskundevak voor iedereen kregen ze nog een extra wiskundevak. Docenten werden speciaal opgeleid om dit extra vak goed te kunnen afstemmen op de doelgroep. De extra wiskunde was maatwerk en richtte zich specifiek op de onderdelen waarin de leerlingen minder goed waren. De docenten varieerden de instructieactiviteiten (zoals werken in kleine groepjes) en daagden de studenten uit om zelf oplossingen te vinden. Dit deden ze door open en aftastende vragen te stellen zoals: “wat denk je dat er aan de hand is? Verzin eens op welke manier dit ook nog zou kunnen.” Het resultaat hiervan was dat 34% van de leerlingen een voldoende kreeg, in plaats van 27%. Hoewel de extra wiskundelessen na dit jaar afgelopen waren, waren twee jaar later deze scholieren 0,08 tot 0,14 SD beter in wiskunde dan scholieren in de jaren ervoor die geen extra wiskunde hadden gekregen. Met name slechte lezers profiteerden van de extra wiskundelessen, waarin veel aandacht werd besteed aan het verwoorden van wiskundige concepten. De scholieren die de extra wiskunde volgden gingen 10% vaker naar het hoger onderwijs. Het effect van de extra wiskundelessen verschilde niet tussen kinderen uit arme en minder arme gezinnen. Wel was het effect groter op leerlingen met een Afro-Amerikaanse achtergrond.  
                                                                                                                                                                                                                                                                                                                               Tekst uit: CPB (2018).

*SD = standaarddeviatie.
Een standaarddeviatie is een spreidingsmaat, waarmee aangegeven kan worden in hoeverre studenten afwijken van het gemiddelde. Dit is een handige manier om verschillende toetsscores met elkaar te vergelijken. Als studenten een halve SD(0,50 SD) leerwinst bereiken door een maatregel, dan rekenen en lezen zij een onderwijsniveau hoger dankzij de maatregel. Als zij voordien rekenen en lezen op vmbo-t-niveau, rekenen en lezen ze daarna op havo-niveau.
Bron: CPB. (2018).