Column Onderwijsweek: Pieter Derks

Op 3 oktober werd een zaal vol onderwijsprofessionals wakker geschud voor gelijke kansen, tijdens de Onderwijsweek in Nijmegen. Op het podium stonden sprekers die ieder met eigen initiatieven op vernieuwende manier kansongelijkheid bevorderen voor kinderen en jongeren. Cabaretier (en Nijmegenaar) Pieter Derks sloot af met een column: 'elke leerling in Nederland moet een jongerencoach'. Lees zijn verhaal hier na.

Geschreven door
loeki
Op oktober 12, 2017

Wakker worden voor gelijke kansen. Prachtig thema. Er is hier vanmorgen al veel gezegd over gelijke kansen, er zijn verhalen verteld, ideeën geopperd, er is inspiratie gegeven, maar ik zou toch ook even willen waarschuwen voor onderschatting van het ándere probleem in deze slogan: wakker worden.

Voor veel scholieren is dat minstens zo’n groot issue. Ik heb daar zelf in mijn schooltijd altijd erg veel problemen mee gehad. Ik ben een avondmens, en daar is het onderwijs op dit moment totaal niet op ingericht. Qua gelijke kansen heb ik verder nooit ergens last van gehad, ik was een wit kind met een Hollands klinkende naam van tweeverdienende hoogopgeleide ouders met een koophuis en een Opel Kadett, ik was een jongen, en dan had ik ook nog eens geen ADHD, Asperger, PDD-NOS, dyslexie of krijtallergie, altijd zonder rugzakje naar school, kortom: ik was een bevoorrecht kind. Ik heb vergeleken met heel veel andere kinderen ongeveer net zo hard voor mijn diploma moeten werken als Donald Trump voor zijn eerste miljoen. Maar ik heb mijn hele schooltijd lang nooit begrepen waarom er zóveel dingen ’s ochtends moeten gebeuren. Mijn geestelijke piek ligt ’s avonds tussen acht en half elf, maar daar heeft werkelijk helemaal niemand in het Nederlandse onderwijs zich ooit ook maar één seconde iets van aangetrokken. Ik heb me knikkebollend door alle eerste uren heen geworsteld, waarop ik in de eerste pauze naar de kantine strompelde voor koffie, in het derde en vierde uur langzaam tot leven kwam, een boterhammetje at, het vijfde en zesde uur al aardig mee kon komen, nog een kopje koffie, het zevende uur was ik de enige die wakker was en begon ik vragen te stellen, en daarna, op het moment dat de dag wat mij betreft van start kon gaan, klonk de zoemer, en kon ik weer naar huis. Niemand die dat raar vond.

Ik geloof niet dat ochtendmensen in de gaten hebben hoe het hele systeem om hen draait, hoe ze de norm voor alles zijn. Morning privilige, noem ik dat. Het is namelijk sociaal volstrekt geaccepteerd om ’s ochtends om zeven uur de bouwplaats op te lopen, je drilboor te starten, je vrachtwagen piepend in z’n achteruit te zetten, de betonmolen aan te zwengelen, en dan terwijl je een heipaal in de grond slaat je radio aan te zetten zodat je het volume kan aanpassen aan het achtergrondgeluid en Nick en Simon nog nét over alles heen kunnen schallen – maar probeer in dit land ’s avonds om negen uur nog maar eens buiten op straat een liedje te zingen. Binnen vijf minuten is via de anonieme kliklijn de politie gewaarschuwd, en de volgende dag leest iedereen in de krant dat er een verwarde man is aangehouden wegens overlast.

Avondmensen hebben nog altijd veel meer hobbels te nemen dan ochtendmensen, maar niemand die daar rekening mee houdt. Geen leraar te vinden die bereid is ’s avonds nog even terug te komen naar school om daar de mensen die toevallig geboren zijn met een andere biologische klok een kans te bieden op normaal onderwijs bij hun volle geestelijke bewustzijn. Een paar uurtjes extra werken, hoeveel moeite is dat nou helemaal?

En ik weet dat het momenteel de mode is om te doen alsof het allemaal je eigen schuld is. Ik herinner me de woorden van Mark Rutte, dat wie zich gediscrimineerd voelt zich gewoon moet invechten. Och, wat ben ik toch blij dat we nóg vier jaar geïnspireerd gaan worden door deze bevlogen visionair met zijn weidse vergezichten. Gelijke kansen? Als de één nou gewoon twee keer zo hard werkt als de ander, dan zijn de kansen weer gelijk! Lachen, selfie, toedeloe!

Maar goed, zelfs al zouden de kleine avondmensjes die momenteel met slaperige oogjes in een kleuterklas voor zich uit zitten te staren zich alsnog willen invechten, dan is de volgende vraag: van wie zouden ze dat dan moeten leren? Als je ergens wil leren knokken dan is het Nederlandse onderwijs niet bepaald de place to be. Onze leraren zijn momenteel verwikkeld in een strijd om meer salaris en lagere werkdruk – en vroeger betekende dat een hete herfst, wilde stakingen, keiharde acties, een bomvol malieveld, leraren met geslepen passers en balonnen gevuld met ecoline, de ME die moest uitrukken, waterkanonnen, politie te paard en blauwhelmen, tot het zó ver uit de hand was gelopen dat de Guardia Civil erbij moest worden gehaald om weer een klein beetje orde in de chaos te scheppen.

Anno 2017 betekent actie dat de leraren eind juni eerst maar eens een uurtje gingen staken. Ruim vantevoren aangekondigd uiteraard, en pas nadat ze opvang hadden geregeld voor alle kinderen en koffie hadden gezet voor de wachtende ouders en alvast een taakje op het bord hadden geschreven voor de kinderen die tóch alvast in de klas wilden gaan zitten, en toen gingen ze naar het Malieveld, tenminste, na schooltijd, en pas toen ze alles van die dag hadden nagekeken en de les voor de dag erna alvast hadden voorbereid. Vervolgens stonden ze blij te juichen op het Malieveld, en ik dacht alleen maar: we zijn verloren. Dit zijn de mensen die onze kinderen op hun flikker moeten geven, als ze hun fidget spinner in de oogkas van een klasgenootje drukken, of de iCloud-account met pikante plaatjes van de juf hacken, of een pijpbom knutselen om het kantoortje van de directeur op te blazen, of weet ik wat voor kattenkwaad de jeugd van tegenwoordig allemaal uithaalt. Ik ben geen voorstander van lijfstraffen, en ik vind het goed dat we een liniaal niet meer gebruiken om mee te slaan maar gewoon waar hij voor bedoeld is, propjes door de klas katapulteren, maar misschien is dit wel het probleem van de leraar in een notendop. We hebben ze afgeleerd om boos te worden, met allemaal pedagogisch verantwoorde methodes, ze leggen dingen uit en ze geven grenzen aan en als ze dan al ondanks hun opleiding durven een keer uit hun slof te schieten staat er een boze ouder op de stoep die dreigt met de Inspectie of de Raad voor de Kinderbescherming of gewoon twee blote vuisten.

Ze worden niet meer boos, en dat begint ze lelijk op te breken. Er verscheen de dag na de ministaking geen enkele leraar hees op school, van het woedende schreeuwen, het enige dat ze aan de demonstratie overhielden waren de foto’s die ze op het digitale schoolbord lieten zien, waarbij ze natuurlijk meteen even uitlegden wie al die Kamerleden op de foto waren zodat de kinderen er in elk geval nog wat van opgestoken hebben. Is het allemaal niet voor niks geweest.

Dus zeg het me maar: van wie gaan onze kinderen leren om zich in te vechten? Hoe geloofwaardig is het om ze over gelijke kansen te laten vertellen door een leerkracht die stelselmatig minder betaald krijgt dan zijn collega op de middelbare school?

Ik zie het somber in voor de avondmens. En dan moet hij nu ook nog eens wakker worden voor gelijke kansen. Wéér op achterstand. Zo zie je maar hoe ingewikkeld dit thema is : je kan iedereen op dezelfde tijd laten beginnen, maar iedereen hetzelfde behandelen is dus niet altijd ook iedereen gelijk behandelen.

Hoe we dit oplossen weet ik niet. Inmiddels heb ik een dochtertje dat mijn ritme lijkt te hebben – ’s avonds niet in bed te krijgen, ’s ochtends er niet uit te slaan. Ik probeer haar voor te bereiden op achttien jaar vroeg opstaan, maar ook strijdlustig te maken. In elk geval oefenen we alvast op het zingen van het Wilhelmus, maar dan zittend op één knie als teken van protest.

En verder zou ik het geweldig vinden als zij ook een jongerencoach zou hebben. Iemand als Idris of Roxanne. Ik denk namelijk dat het best wel goed zou zijn als we niet alleen jongeren die het moeilijk hebben helpen het beter te krijgen, maar misschien zit het probleem van gelijke kansen juist ook wel aan de andere kant, bij jongetjes zoals ik, die zich hun hele jeugd niet eens gerealiseerd hebben hoe makkelijk sommige dingen voor ze zijn – en dat dat niet vanzelfsprekend is. Ik denk dat de verhalen van de jongerencoaches voor iederéén heel goed zouden zijn om te horen. Dus ik zeg: élke leerling in Nederland moet een jongerencoach.

Maar: ’s avonds!