Dit is hoe je kansenongelijkheid aanpakt volgens Anne Hinkema

Aan het woord: Anna Hinkema Leraar van het Jaar 2016 in het speciaal onderwijs, werkzaam op de Dr. J. de Graafschool, locatie voor Voortgezet Speciaal Onderwijs voor leerlingen met auditieve en communicatieve beperkingen in Groningen.

Geschreven door
Wouter
Op juli 10, 2017

Aan het woord: Anna Hinkema Leraar van het Jaar 2016 in het speciaal onderwijs, werkzaam op de Dr. J. de Graafschool, locatie voor Voortgezet Speciaal Onderwijs voor leerlingen met auditieve en communicatieve beperkingen in Groningen.

Wat merk je van kansenongelijkheid in de klas? Voor élke leerling leg ik de lat hoog. Niet iedereen doet dat. De reden daarvoor is dat collega’s specifieke kennis missen over bijvoorbeeld een taalstoornis of een leerachterstand. Zij beoordelen leerlingen daardoor verkeerd en een leerling moet afstromen naar een lager niveau.  Het kind wordt zo niet genoeg uitgedaagd, talent gaat verloren en een gevolg is kansenongelijkheid.

Hoe pak je kansenongelijkheid aan? Je moet de leerling zichtbaar maken en verbondenheid zoeken met leraren en klasgenoten. Leraren geven les voor hun leerlingen. Als je leerlingen zelf laat vertellen over wat ze nodig hebben, (met eventueel ondersteuning van iemand met expertise), dan zijn leraren meer betrokken.  En dat is belangrijk want met de juiste expertise voorkom je kansenongelijkheid. Door gebruik te maken van de leerlingen over wie het gaat geef je het probleem een gezicht.

Mijn advies om het onderwijs te verbeteren: blijf investeren in passend onderwijs! Zet experts in naast leraren om te helpen bij taalstoornissen of leerstoornissen in de klas. Zo ontlast je de leraar en dat is hard nodig. Ze zijn al zo druk. En: verklein de klassen. In grote klassen van 30 leerlingen is het onmogelijk om elke leerling evenveel aandacht te geven. Zonde! Speciaal Onderwijs blijft nodig als klassen te groot zijn en er teveel “stoornissen” in één klas zitten!